Spoor Z - Art.nr. 88974

Stoomlocomotief met sleeptender BR 043

Voorbeeld: Zware goederentreinlocomotief serie E43 van de Deutsche Bundesbahn (DB). Oliegestookte uitvoering met Witte-windleiplaten. Inzet voor zware goederentreinen. Zoals in gebruik rond 1975, bedrijfsnummer 043 364-9, Bw Rheine, BD Hannover.

) g F 4 Y
Stoomlocomotief met sleeptender BR 043
Stoomlocomotief met sleeptender BR 043

De belangrijkste gegevens

Art.nr. 88974
Spoor / Schaalgrootte Z / 1:220
Tijdperk IV
Type Stoomlocomotieven
Handleidingen Onderdelenlijst Onderdelen bestellen Beknopt overzicht Copy link
Vanaf fabriek uitverkocht.
Now available in stores
Dealer zoeken

Highlights

  • Metalen locomotiefopbouw.
  • Voorbeeldgetrouwe stangen/besturing.
  • Imitatie van de remmen, inductieve treinzekering en baanruimer.
  • Alle assen aangedreven.
  • Frontsein met warmwitte ledlampjes.
  • Product

    Model: Verregaand herzien model. Aandrijving op alle koppelassen. Donkere spoorkransen en stangdelen. Nieuwe, volledig werkende stangen/besturing. Imitatie van de remmen, baanruimer, inductieve treinzekering. Vergrote bufferschijven. Voorbeeldgetrouwe kleurstelling en opschriften.
    Lengte over de buffers ca. 112 mm.

    Een bijpassende wagenset is bijvoorbeeld onder nummer 82189 leverbaar.

  • Productinfo

    - Folder nieuwe modellen 2017 - Totale programma 2017/2018 - Totale programma 2018/2019
  • Grootbedrijf

    88974 – Stoomlocomotief BR 043 Voor de zware goederentreindienst was al in 1923 in het eerste typeringsplan van het DRG-standardiseringsbureau een vijfvoudig gekoppelde, zware sleeptenderlocomotief voorzien. De locomotieffabrieken Borsig en Henschel moesten in samenwerking met het standardiseringsbureau ontwerpen uitwerken voor zware 1’E-goederentreinlocomotieven in dubbele uitvoering, evenals een locomotief met drie cilinders en een compound locomotief met vier cilinders. Net zoals bij de sneltreinmachines werden dan in 1926/27 van het 1’E-type telkens tien proeflocomotieven in een type met twee of drie cilinders geleverd (series 43 en 44), om uitsluitsel over de passende bouwvorm te verkrijgen. Aanvankelijk bleek de serie 43 beter te presteren in vergelijking met de 44, omdat het stoomverbruik duidelijk lager lag. Daarom werden na de eerste tien voorspanlocomotieven in de eerste plaats de varianten van de BR 43 met twee cilinders met 25 exemplaren verder uitgebreid. Maar toch keerde het tij uiteindelijk ten gunste van de locomotief met drie cilinders: de hoge zuigerkrachten, die door de grote cilinderdiameter van 720 mm tot stand kwamen, leidde bij de serie 43 tot schade aan het drijfwerk en het onderstel. De besparingen van het eenvoudigere type werden door de grotere onderhoudskosten teniet gedaan. Om die reden werd dan vanaf 1937 toch de driecilinderlocomotief van de BR 44 in productie gesteld. Tot 1944 werden in totaal 1.753 locomotieven van deze serie voor de DRG gemaakt. Bij de zware goederentreindienst beantwoordde de 44 in heekl Duitsland aan de gestelde verwachtingen. Na de Tweede Wereldoorlog bleven er 1.242 exemplaren bij de DB, en beschikte de DR over 335 locs. Daarbovenop liepen er machines in Polen, Tsjecho-Slowakije, Oostenrijk, Frankrijk, België en zelfs in Turkije. Bij de Duitse spoorwegen was de serie 44 nog vele jaren onmisbaar. Daartoe werden ze niet alleen verder volledig onderhouden, maar ook gedeeltelijk omgebouwd. In 1950 voorzag de DB een aantal machines met een verbrandingskamer en vanaf 1955 in totaal 32 locomotieven met oliestookinrichting, waardoor een vermogenstoename van ongeveer 190 psi kon worden verkregen. De locomotieven op olie kregen vanaf 1968 de BR-aanduiding 043. Tot het einde van de stoomtractie bij de DB in oktober 1977 waren de laatste 043-machines bij Bw Rheine gebruikt en moesten ze zich onder andere in dubbele tractie voor 4.000 ton zware ertstreinen bewijzen. Vele machines blev en als museum- en monumentlocomotieven behouden.

Waarschuwing

Let op: Niet voor kinderen onder de 15 jaar