Nieuw Spoor Z - Art.nr. 88320

Diesellocomotief serie V 320 001

Voorbeeld: Diesellocomotief V 320 001 van de Deutsche Bundesbahn (DB) in de purperrode kleurstelling van tijdperk IIIb. Zoals in gebruik rond 1965.

$ ! / N + 3 Y
Diesellocomotief serie V 320 001
Diesellocomotief serie V 320 001
Diesellocomotief serie V 320 001
Diesellocomotief serie V 320 001
Diesellocomotief serie V 320 001
Diesellocomotief serie V 320 001

De belangrijkste gegevens

Art.nr. 88320
Spoor / Schaalgrootte Z / 1:220
Tijdperk III
Type Diesellocomotieven
Handleidingen Onderdelenlijst Onderdelen bestellen
voorlopige levertijd: December 2022 Dealer zoeken

Highlights

  • Compleet nieuwe constructie voor Insider-leden.
  • Klokankermotor.
  • Met de rijrichting wisselend warmwit/rood ledfrontsein.
  • Onderstel van metaal en opbouw van kunststof.
  • Machineruimteverlichting en machinistencabineverlichting.
  • Geïmiteerde machineruimte.
  • Gemonteerde handgrepen.
  • Product

    Model: Volledig nieuwe ontwikkeling, onderstel van metaal, opbouw van kunststof.
    Beide draaistellen aangedreven.
    Klokankermotor.
    Met de rijrichting wisselend ledfrontsein 3x warmwit en 2x rood. Machineruimteverlichting en geïmiteerde machineruimte. Cabineverlichting. Uiterst gedetailleerd met voorbeeldgetrouwe kleurstelling en opschriften.
    Uitstekende trekkracht door hoog voertuiggewicht. Gemonteerde handgrepen. Lengte over de buffers ca. 105 mm.

    Viele Tutorials, Produktvideos und Reportagen über die Welt der Modelleisenbahn finden Sie in unserem Märklin YouTube Channel.

    Diesellocomotief 88320 wordt in een eenmalige serie uitsluitend voor Insider Club-leden geproduceerd.

  • Productinfo

    - Reclame- en speciale producten - Folder nieuwe modellen 2022
  • Grootbedrijf

    Al in 1956 begon de firma Henschel voor eigen rekening, maar in samenwerking met BZA München, met de constructie van de tot nu toe grootste en sterkste dieselhydraulische loc van Europa. Bij de ontwikkeling van deze gigant kon Henschel daardoor terugvallen op waardevolle ervaringen met exportlocs. Verder maakte men bij de V 320 001 gebruik van de beproefde procedure waarbij in de grote machine twee 1.900 pk-motoren van de zojuist geproduceerde V 160 werden ingebouwd. Volledig nieuw waren echter de drieassige draaistellen. De wielstellen behielden de, gezien de topsnelheid van 160 km/h, ongewoon grote diameter van 1.100 mm. Via een bij stilstand te bedienen omschakeltoestel kon de combinatie van ofwel hoge snelheid (160 km/h) met lagere trekkracht (sneltreinen), of lage snelheid (100 km/h) met hogere trekkracht (goederentreinen) worden ingesteld. Het moderne, hoekige ontwerp van de kop was koersbepalend voor alle volgende diesellocs van de DB. De indrukwekkende lengte van 23 meter, de brede brandstoftanks aan de onderkant van het frame en een royaal aantal beweegbare ventilatieroosters geven hem een reptielachtig uiterlijk, waarachter de twee motorinstallaties dreunden. Met zijn door zes wielstellen gedragen 122 ton ijzer en staal kon hij met recht een monster worden genoemd - maar dan wel een heel mooi monster! Vanwege de zwaar belaste productiecapaciteit van Henschel kon de V 320 001 pas in 1962 worden geleverd. Met de machine werden eerst uitgebreide meet- en proefritten uitgevoerd. Vanaf 1963 werd hij als huurlocomotief in het bestand van de DB opgenomen en reed hij in eerste instantie bij opstelterrein Hamm. In 1965 verhuisde de V 320 naar Kempten en trok hij voornamelijk zware sneltreinen tussen München en Lindau. Al snel bleek hij daar uitermate geschikt voor de zware internationale sneltreinen en was de voor het rollend materiaal verantwoordelijke dienst vol lof over zijn vermogensreserves. Een van zijn supertreinen was de D 96 "Rhone-Isar" (München – Lindau – Zürich – Genève) met doorgaans acht aangekoppelde wagens. Zowel de DB als de SBB zetten hun modernste wagenmaterieel in. De DB stelde drie types van de pas tussen 1961 en 1963 aangekochte wagens met een lengte van 26,4 m beschikbaar, te weten een AB4üm-63 (coupérijtuig 1e/2e klasse), twee of drie B4üm-63 (coupérijtuig 2e klasse) en een gedeeltelijk restauratierijtuig BRbu4üm-61 (2e klasse). De SBB revancheerde met zijn standaardwagen type I (EW 1) in licht metalen constructie met twee B-wagens (2e klasse), een A-wagen (1e klasse) en een bagagewagen uit serie D. In 1974 beëindigde de DB de huurovereenkomst voor de V 320 (vanaf 1968: BR 232) en ging de machine terug naar de fabriek. Henschel onderwierp de machine aan een keuring en verkocht hem in april 1976 aan de Hersfelder Kreisbahn, waar hij tot 1988 werd ingezet. Daarna ging de loc naar de Teutoburger Wald-Eisenbahn (TWE). Na het verstrijken van zijn eerste termijn in 1992 verdween hij naar Italië, om als bouwtrein zijn genadebrood te verdienen. Daarmee leek het lot van deze bijzonder interessante machine bezegeld, maar in 1999 organiseerde baanbouwfirma WIEBE zijn spectaculaire terugkeer naar Duitsland. Na een gedegen opknapbeurt en de inbouw van nieuwe motoren reed hij vanaf maart 2000 weer over Duitse rails, onder de aanduiding 320 001-1 (WIEBE 7), tot schade aan de wielstellagers in 2015 zijn inzet voor altijd beëindigde. Sinds 2017 siert hij als visueel object de fabriek in Kassel (tegenwoordig Bombardier).

Waarschuwing

Let op: Niet voor kinderen onder de 15 jaar
Warnhinweis USA
Let op: Niet voor kinderen onder de 15 jaar