Art.nr. 6646

Transformator 120 volt USA. 32 VA. UL-keurmerk.

Transformator 120 volt USA. 32 VA. UL-keurmerk.
Transformator 120 volt USA. 32 VA. UL-keurmerk.

De belangrijkste gegevens

Art.nr.6646
TypeRegel- en schakelapparatuur
HandleidingenBeknopt overzichtCopy link
115,00 €Adviesprijs
Leverbaar vanaf fabriek.WebshopDealer zoeken
  • Product

    Rijspanning tussen 5 en 17 V instelbaar. Lichtspanning 17 V. Kunststof huis.
    Afmetingen 120 x 140 x 80 mm. UL-keurmerk.

    De transformator 32 VA (66470, 6646) is bij het gebruik van een Märklin-1-modelbaan alleen voor gesloten ruimtes geschikt.

    Gecontroleerde veiligheid. Alleen met originele Märklin-transformatoren garanderen wij het onberispelijke bedrijf van onze modelbanen. De transformatoren moeten tegen vocht beschermd worden en zijn niet voor gebruik buiten toegelaten. Alleen op wisselstroom aansluiten. Let hiervoor ook op de bedieningshandleidingen van de apparaten. Meertreinenbedrijf met gescheiden stroomkringen. Wanneer in het traditionele rijbedrijf meerdere treinen onafhankelijk van elkaar moeten rijden, wordt de modelbaan in meerdere stroomkringen onderverdeeld. Aan elke stroomkring wordt een transformator en tenminste één aansluitrail toegewezen en van de andere stroomkringen eenvoudig door een isolatie van de middenleider (74030, 5022 of 7522) elektrisch gescheiden. De rails hebben in het Märklin-H0-systeem overal dezelfde potentiaal en hoeven niet onderbroken te worden. Stroomkringen kunnen gesloten sporeneenheden zoals de meeste hoofdlijnen, maar ook andere railsecties met zelfstandig bedrijf zijn. Voorbeelden hiervan zijn zijlijnen, stationsemplacementen, opstelsporen, rangeerterreinen en depots. Zo bestaat ook de mogelijkheid tegelijk met volautomatisch rijden in secties extra locomotieven in individueel beheer te regelen. Ook de bovenleiding van geëlektrificeerde spoorsecties wordt in de regel steeds als een extra stroomkring op een eigen transformator aangesloten. Daarmee kunnen de in het bovenleidingbedrijf ingezette locomotieven zelfs onafhankelijk van de over de middenleider gevoede voertuigen geregeld worden. Meerdere bovenleidingstroomkringen kunnen via het isolerende rijdraadstuk 7022 gescheiden worden. Vermogensverbruik van locomotieven en accessoires. Het op de transformator vermelde uitgangsvermogen (in VA) staat voor het verbruik aan alle verbruikers in de stroomkring ter beschikking. Daarbij enkele rekenvoorbeelden: onder last hebben kleinere locomotieven (bijv. tenderloc 3000) ongeveer 9 VA nodig, grotere locomotieven (bijv. dieselloc 33803) ongeveer 12 VA. Het verbuik van de treinverlichtingen hangt af van de ingebouwde gloeilampen en ligt meestal onder 2 VA per wagen. Na aftrek van wat het spoor aan vermogen nodig heeft, kan de overblijvende reserve van de transformator op de lichtuitgang voor elektrische accessoires gebruikt worden. Hier verbruiken gloeilampen tussen 0,5 en 1 VA (zie tabel "Gloeilampen voor accessoires") en wissel- of seinaandrijvingen bij het schakelen ongeveer 6 VA. Andere elektrische accessoires moeten op extra lichttransformatoren aangesloten worden.

  • Productinfo

    - Totale programma 2000 / 2001 - Totale programma 2001 / 2002 - Totale programma 2002 / 2003 - Totale programma 2003/2004 - Totale programma 2005 - Totale programma 2006 - Totale programma 2007/2008 - Totale programma 2008/2009 - Totale programma 2009/2010 - Totale programma 2010/2011 - Totale programma 2011/2012 - Totale programma 2014/2015

Waarschuwing

Let op: Niet voor kinderen onder de 15 jaar