Schnellzugwagen-Set (DB) | Spoor H0 - Art.nr. 43969

Set sneltreinrijtuigen.

Voorbeeld: 6 verschillende sneltreinrijtuigen van verschillende typen van de Deutsche Bundesbahn (DB) als D-trein D 265 Basel SBB – via Wuppertal – Hagen, authentiek voor het traject Köln – Hagen. 1 bagagewagen D4üm-60, 1 coupérijtuig A4üm-61, 1ste klasse, 1 coupérijtuig AB4üm-63, 1ste/2de klasse, 2 coupérijtuigen B4üm-63, 2de klasse, 1 restauratierijtuig WR4ü(e)-39. Bedrijfstoestand rond 1963.

! L , ü x j U 3 | }
Set sneltreinrijtuigen.
Set sneltreinrijtuigen.

De belangrijkste gegevens

Art.nr. 43969
Spoor / Schaalgrootte H0 / 1:87
Tijdperk III
Type Reizigersrijtuigensets
Onderdelenlijst Onderdelen bestellen Beknopt overzicht Copy link
Vanaf fabriek uitverkocht.
Now available in stores
Dealer zoeken

Highlights

  • Authentieke weergave van de D-trein D 265 Basel SBB-via Wuppertal-Hagen.
  • Passende D-trein voor de sneltreinstoomlocomotief BR 03.10 (Insider-model 2010).
  • Compleet nieuwe constructie van de reizigerstreinbagagewagen type D4üm-60, latere type Dm 902.
  • Product

    Model: Nieuwe constructie van de bagagewagen in chroomoxidegroene kleurstelling. Volgens het voorbeeld gedetailleerde rijwerkpartij met blokremmen en asgeneratoren. Alle rijtuigen voorbereid voor stroomvoerende koppelingen 7319 of stroomvoerende kortkoppelingen 72020/72021. Bagage- en reizigersrijtuig in de royale lengteschaal 1:93,5, voorbereid voor interieurverlichting 73400/73401 (2x), sleepcontact 73406 en treinsluitverlichting 73407. ’Schürzen’-restauratierijtuig in de volledige lengteschaal, voorbereid voor interieurverlichting 73150. Bagage- en reizigersrijtuig met opgedrukte koersbordern en administratienummers. Voor het einde van de trein is een 2de klasse sneltreinrijtuig reeds standaard uitgevoerd met rode sluitseinen.
    Totale lengte over buffers 169,0 cm. Geïsoleerde wielstellen per rijtuig 4 x 700580.

    De passende sneltreinstoomlocomotief serie 03.10 wordt onder art. nr. 37915 eveneens exclusief voor Insider-leden aangeboden.

    Deze set rijtuigen vindt u in gelijkstroom uitvoering in het Trix H0-assortiment onder art. nr. 23446 exclusief voor Trix Profi-Club leden.

    De set D-trein rijtuigen 43969 wordt in 2010 in een eenmalige serie alleen voor Insider-leden geproduceerd.

  • Productinfo

    - Folder nieuwe modellen 2010 - Totale programma 2010/2011
  • Grootbedrijf

    De ontwikkeling bij de nieuwbouw van reizigersrijtuigen, die door de Tweede Wereldoorlog en zijn gevolgen in Duitsland bijna volledig onderbroken was, leefde pas aan het eind van de jaren 1940 met de planning en de bouw van in totaal 16 proefrijtuigen weer op. Terwijl de eerste van deze proefrijtuigen constructief zich in principe op de vooroorlogse types richtten, zette Wegman uit Kassel drie nieuwsoortige, 26,4 m lange sneltreinrijtuigen met middeninstap op de rails. De basisconceptie en de wezenlijke kenmerken van de technische uitrusting van deze rijtuigen werden niet alleen in hoge mate onveranderd voor verschillende series van in totaal circa 750 van zulke sneltreinrijtuigen overgenomen, maar vormde bovendien zonder meer het uitgangspunt van de naoorlogse ontwikkeling in de Duitse reizigersrijtuigbouw en ontwikkelde zich zelfs tot UIC-standaard (UIC = Union Internationale des Chemins de fer = Internationaal Spoorwegverband). De nieuwe ontwikkeling in de bouw van reizigersrijtuigen was daarmee primair door de verlenging van de rijtuigen op een voor alle typen uniforme lengte van 26,4 m over buffers vastgesteld. Alle nieuwe reizigersrijtuigen kregen het met schroeven afgeveerde draaistel van het type Minden-Deutz. Voorts kwam er bij de constructieve voordelen van het draaistel op zich nog de grote, geleide lengte van het voertuig bij, die uit de ongewone draaipuntafstand van 19 meter ontstond. Voor het overgrote deel van de zitplaatsen waren de voortreffelijke loopeigenschappen karakteristiek voor de 26,4 m-rijtuigen van de DB. Deze loopeigenschappen werden met een eenvoudig loopwerk bereikt en bleven gedurende lange bedrijfstijden behouden. Afgezien van de grotere zitplaatsbreedte kon men in het algemeen een aanzienlijke verhoging van het reiscomfort in beide rijtuigklassen van de voertuigen voor het interlokale verkeer constateren. Dit werd bewerkstelligd door een betere verlichting met tl-lampen, in ligpositie uittrekbare zitplaatsen met kussens, verstelbare hoofdkussens, leeslampen, extra wasruimtes en in totaal een doelmatige uitvoering van het interieur, die een betere reiniging van het rijtuiginterieur mogelijk maakte. De rijtuigbakken van alle 26,4 m-rijtuigen leken in hoge mate op elkaar en waren uit lichte gewalste dragers gelast, waarbij de buitenhuid mede tot de dragende onderdelen behoorde. Nadat ook voor het interlokale verkeer de eerste prototypen geleverd waren, begon vanaf 1952 de serieproductie van verschillende typen van de nieuwe sneltreinrijtuigen te lopen. Nieuwe voorschriften van de UIC met betrekking tot de stijfheid eisten vanaf 1960 een modificatie van de rijtuigbak, zodat het gedeelte aan het rijtuigeinde meer shockproof werd uitgevoerd. Dit wederom vereiste een gemodificeerde frameconstructie. In plaats van de bestaande viervleugelige vouwdeur werd aan het rijtuigeinde nu een tweevleugelige met de hand te bedienen schuifdeur ingebouwd. Van de wezenlijke types werden de volgende aantallen door de DB aangeschaft: 344 coupérijtuigen 1ste klasse (A4üm), 718 coupérijtuigen 1ste/2de klasse (AB4üm), 3.180 coupérijtuigen 2de klasse (B4üm), 182 bagagerijtuigen (D4üm) en 301 gecombineerde bagage- en coupérijtuigen 2de klasse (BD4üm). Ter meerdere eer en glorie stonden de 26,4 m-sneltreinrijtuigen in 1971 aan de start van het Intercity-net eerste klasse en in 1979bij de uitbreiding van de IC tot de tweederijtuigklasse. Daar was hun inzet pas in 2005 beëindigd.

Waarschuwing

Let op: Niet voor kinderen onder de 3 jaar