Spoor H0 - Art.nr. 43390

Leichtstahl-restauratierijtuig.

Voorbeeld: Type WR van de Schweizerische Bundesbahnen (SBB).

,jU3
Leichtstahl-restauratierijtuig.
Leichtstahl-restauratierijtuig.

De belangrijkste gegevens

Art.nr.43390
Spoor / Schaalgrootte H0 / 1:87
TijdperkIII
TypeReizigersrijtuigen
OnderdelenlijstOnderdelen bestellenBeknopt overzichtCopy link
Vanaf fabriek uitverkocht.
Now available in stores
Dealer zoeken
  • Product

    Model: Rijtuig in karmozijnrode kleurstelling en uitgerust met vouwbalg overeenkomstig de oorspronkelijke uitvoering. Bedrijfstoestand circa 1965. Voorbereid voor stroomgeleidende koppeldissels 7319 of stroomgeleidende scheidbare kortkoppelingen 72020/72021 en interieurverlichting 73400/73401. Lengte over buffers 26,0 cm.
    Geïsoleerd wielstel 4 x 700580.

    De "Leichtstahl-rijtuigen" passen bij de elektrische locomotief Re 4/4 I, art. nr. 39420.

  • Productinfo

    - Totale programma 2006 - Folder nieuwe modellen 2006 - Totale programma 2007/2008 - Totale programma 2008/2009
  • Grootbedrijf

    De "Leichtstahl"-rijtuigen van de SBB- comfortabel en succesvol - Met de inzet van de eerste "Leichtstahlwagen" op het traject Zürich-Genève vanaf 1937 begon bij de SBB de "Nieuwe tijd" in het stadsverkeer. Door de groeiende concurrentie in de jaren 1930 door het wegverkeer werden toen in samenwerking van SBB en SWS (Schlieren) ultramoderne voertuigen ontwikkeld. Hun lichte bouwconcept met een vermindering van het rijtuiggewicht van 36 tot 39 t naar 25 tot 27 t stond hogere snelheden door de bogen en een duidelijk geforceerde versnelling van de treinen toe. De verplaatsing van de zijdeuren van de rijtuigeinden naar een plaats tussen de draaistellen ontstond uit de eis de rijtuigvloer lager te maken. De bedoeling was een gemakkelijker instapmogelijkheid en een zo diep mogelijk zwaartepunt van het voertuig te bereiken. Deze vernieuwing en de dubbele deuren die oorspronkelijk voor de inzet in het Regionalverkeer bedoeld waren, stonden verkorte oponthoudtijden op de stations toe. Later volgden ook rijtuigen met enkelvoudige instap. In de loop van de tot eind jaren "60 gebouwde serie leidden verschillende constructies en groeperingen van deuren, veranderde raamopstellingen en andere modificaties uiteraard tot een veelheid aan varianten Leichtstahl-wagen - ook met midden- en later zelfs met eindinstap. De aanvankelijk in de richting van het rijtuigmidden getrokken opstelling van de deuren was noodzakelijk geworden, om voor de verbetering van de loopeigenschappen ruimte voor ver uit elkaar geplaatste draaistellen te krijgen. Deze berekening ging overtuigend goed op, en daarom zette de SBB hun comfortabele "Leichtbau"-rijtuigen voor de toen nieuw ontworpen "Leicht-sneltreinen" bijna drie decennia lang uitsluitend op het verkeer tussen de agglomeraties in. Pas vanaf midden jaren "50 liet de financiële positie van de SBB omvangrijke nieuwe aanschaffingen van Leichtstahl-rijtuigen en enkele jaren later ook hun ruimere toepassing in het Regional-verkeer toe. In deze fase kregen de rijtuigen ook stuurleidingen voor het pendeltreinverkeer. De in totaal ongeveer 2400 gebouwde exemplaren vormden daarmee de ruggengraat van het rijtuigenpark van de SBB en bepaalden vooral vanaf 1947 samen met de optisch en technisch perfect harmoniërende elektrische draaistellocomotieven van de serie Re 4/4 I blijvend verschijningsvorm van de treincomposities van de eedgenoten.

Waarschuwing

Let op: Niet voor kinderen onder de 3 jaar