Een record loc schrijft geschiedenis
Het was het kleine Oostenrijk dat aan het eind van Gouden jaren'20 tot ver over de grenzen van de Alpenrepubliek groot opzien baarde met een reusachtige sneltrein- stoomlocomotief. De ingenieurs hadden voor de Westbahn, de Magistrale van Wenen naar Salzburg, een imposante stoomlocomotief op het spoor gezet. Met een reusachtige ketel en vier bijna twee meter hoge drijfwielen bereikte het nieuwe type 214 een vermogen van bijna 3000 pk. Ze gold in die tijd als de sterkste sneltrein stoomlocomotief van Europa. In haar vaderland raasde ze bij proefritten probleemloos naar een snelheidsrecord van 156 km/u en in de reguliere dienst bewees ze zich volledig, zelfs bij lange omlopen. Veel Duitse spoorwegbeambten keken een beetje jaloers naar de Oostenrijkse Stoomlocomotief. De Duitse 01 deed duidelijk onder voor de 214. Toen in 1952 de Westbahn van Wenen naar Salzburg volledig geëlektrificeerd was verloren de inmiddels als type 12 ingedeelde machines hun stamlijn. Tien jaar later werden ze buiten dienst gesteld. De nieuwe stoomlocomotief 12.11 van Märklin brengt nu op schaal dit icoon van Europese locomotiefbouw naar de fascinerende wereld van de modelspoorbaan. Samen met de twee bewaard gebleven grote Museum loc's vertelt ze van een tijdperk waarin stoomlocomotieven zowel technisch als optisch nog echte meesterstukken waren.
Voorbeeld: Sneltreinlocomotief met sleeptender 12.11 van de Oostenrijkse Staatsspoorwegen (ÖBB). Uitgevoerd met tweepunts frontsein, kleine DRG lantaarns, grote windleiplaten, lange Dom-bekleding, gesloten vooropbouw en ombouwtender type 9184 Model zoals dat in 1952 dienst deed.
| Art.nr. | 38012 |
|---|---|
| Spoor / Schaalgrootte | H0 / 1:87 |
| Tijdperk | III |
| Type | Stoomlocomotieven |
Model: Met digitale mfx-decoder en uitgebreide geluidsfuncties. In de ketel is een hoogvermogensaandrijving met vliegwiel ingebouwd. Directe aandrijving op één as en op drie assen via koppelstangen. Met antislip banden. De locomotief en de tender zijn grotendeels van metaal. Standaard met ingebouwde rookgenerator met dynamische rookuitstoot. Met de rijrichting wisselend tweepunts frontsein dat analoog brandt en digitaal in- en uitgeschakeld kan worden. De verlichting in het machinistenhuis en het flakkeren van de vuurkist kunnen apart digitaal bediend worden. Ook de verlichting van het drijfwerk kan digitaal bediend worden. Verlichting met warm-witte en rode lichtdiodes (LED). Met buffercondensator. Tussen loc en tender een meeverende kortkoppeling. Aan de tender een meeverende kortkoppeling met NEM-schacht. Bufferhoogten aan locomotief en tender volgens NEM. Kleinst berijdbare radius 360 mm. Beschermbuizen voor de zuigerstangen en remslangen worden los meegeleverd.
Lengte over de buffers 25,4 cm.
Een bijpassende set rijtuigen vindt u in het Märklin H0-assortiment onder artikelnummer 42525. De gelijkstroom uitvoering van dit model vindt u in het Trix H0-assortiment onder artikelnummer 25012.
Find more Märklin explanation videos on our YouTube Channel
Spare parts for our articles can be found here in our spare parts search.
12.11 - Ooit de Koningin van de Westbaan Oostenrijk na de Eerste Wereldoorlog. Langzaam maar zeker herstelde het verslagen land zich en de spoorwegen speelden daar een belangrijke rol bij. Dit gold in het bijzonder voor de Westbahn van Wenen naar Salzburg die, als belangrijkste hoofdlijn van het land, snel geëlektrificeerd moest worden. Dit project werd echter in 1927 door de spoorwegmaatschappij BBÖ gestopt omdat men van mening was met voldoende sterke stoomlocomotieven af te kunnen zien van de dure elektrificatie. Daarom kregen in 1927 de inlandse locomotieffabrieken Florisdorf en Wiener Neustadt de opdracht prototypen te ontwikkelen die zo sterk waren dat ze met zware sneltreinen de zelfde rijtijden konden bereiken als met elektrisch bedrijf mogelijk geweest zou zijn. Er ontstonden twee versies van een krachtige viervoudig gekoppelde stoomloc met asvolgorde 1'D2'. Uiteindelijk gaf men de voorkeur aan de versie van Florisdorf met twee cilinders, boven de driecilinder uit Wiener Neustadt. De winnaar was een meesterwerk van ingenieurskunst dat opzien baarde met een paar vernieuwingen. Met haar vermogen van 3000 pk was ze de sterkste sneltrein stoomlocomotief van Europa en de grootste stoomlocomotief die ooit in Oostenrijk gebouwd was. De reusachtige, hooggeplaatste ketel en het naar boven gewelfde machinistenhuis droegen bij aan een passend en vooral stoer totaalbeeld. Bovendien bezat de, als type 214 ingedeelde, locomotief de langste drijfstangen ter wereld met een lengte van 4,25 meter. Later werd bij beproevingsritten met de 214.13 de hoogste snelheid gemeten die ooit door een Oostenrijkse stoomlocomotief behaald werd namelijk 155 km/u. Door de wereldwijde economische crisis konden er tussen 1928 en 1936 slechts 13 exemplaren van dit raspaard gekocht worden. Het elektrificeren van de Westbahn stond nog steeds stil hoewel de voordelen van dit bedrijfssysteem inmiddels bewezen waren. Daarom glansden de 214's dag in dag uit op hun stamlijn met snelle omlopen met zware sneltreinen. Al snel kregen de in die tijd heel moderne stoomlocomotieven van het spoorwegpersoneel de bijnaam 'Koningin van de Westbaan'. Dat veranderde ook niet tijdens de Tweede wereldoorlog onder leiding van de Reichsbahn. In die periode werden de locs ingedeeld in de serie 12 en deze indeling werd ook na de oorlog gehandhaafd. Na 1945 richtte de ÖBB (tot 1938 BBÖ) zich volledig op elektrificatie van het spoorwegnet waarbij de, deels al gerealiseerde, Westbahn de hoogste prioriteit kreeg. Eind 1952 bereikte de rijdraad Wenen en op 3 januari 1953 vertrok de laatste sneltrein die bespannen werd door een locomotief type 12 uit het Westbahnhof. Een aantal types 12 werden door overgeplaatst naar de Südbahn naar Graz. Ze waren echter nooit ontworpen voor dit bochtige traject met hellingen. Na korte tijd werd hun inzet op deze baan beëindigd. Vanaf 1956 stonden alle locomotieven geconserveerd in Weense locomotiefloodsen omdat men de hoop had een koper te vinden voor de relatief jonge sterke locomotieven. Maar in die tijd bezaten de diesel- en E-tractie de toekomst en daarom verdwenen de afgedankte koninginnen in 1961/62 naar de schroothoop. Uiteindelijk bleef alleen de 12.10 behouden in het Technische Museum te Wenen en in 1985 kocht het Östereichische Gesellschaft für Eisenbahngeschichte ÖGEG de in Roemenië in licentie gebouwde 142.063 die tegenwoordig als 12.14 eveneens herinnert aan de tijd dat de stoomtractie nog onbeperkt heerste over Europa.
| Control Unit | Mobile Station | Mobile Station 2 | Central Station 1/2 | Central
Station 3/2* Mobile Station 2** |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Frontsein | |||||
| Rookgenerator | |||||
| Rijgeluid stoomloc | |||||
| Locfluit | |||||
| Cabineverlichting | |||||
| Drijfwerkverlichting | |||||
| Flakkeren vuurkist | |||||
| Rangeerfluit | |||||
| Directe regeling | |||||
| Piepen van remmen uit | |||||
| Stoom aflaten | |||||
| Kolen scheppen | |||||
| Tuimelrooster | |||||
| Luchtpomp | |||||
| Conducteursfluit | |||||
| Waterpomp | |||||
| Injecteur | |||||
| Zand strooien | |||||
| Veiligheidsklep | |||||
| Dubbel-A-sein rangeren | |||||
| Rangeerfunctie + rangeersein | |||||
| Geluid koppeling | |||||
| Water bijvullen | |||||
| Kolen laden | |||||
| Zand vullen | |||||
| Generatorgeluid | |||||
| Frontsein | |||||
| Bedrijfsgeluid |
* Nieuwe functies van het Central Station 2 (onderdeelnr. 60213, 60214 of 60215) met de software-update 4.2
** New features of the Mobile Station 2 (Part No. 60657/66955) with the Software Update 3.55