Goederentreinstoomlocomotief BR 050, met cabinetender
Goederentreinstoomlocomotief BR 050, met cabinetender

De belangrijkste gegevens

Art.nr. 37836
Spoor / Schaalgrootte H0 / 1:87
Tijdperk IV
Type Stoomlocomotieven
Handleidingen Onderdelenlijst Onderdelen bestellen Beknopt overzicht Sound-/Decoderproject Copy link
Vanaf fabriek uitverkocht.
Now available in stores
Dealer zoeken

Highlights

  • Cabineverlichting digitaal schakelbaar.
  • Verlichting in de cabinetender digitaal schakelbaar.
  • Machinist en stokerfiguur meegeleverd.
  • Treinbegeleider in cabinetender.
  • Zeer fijne metaalconstructie.
  • Onderbroken stavenframe en veel gemonteerde details.
  • Hoogvermogenaandrijving met vliegwiel in ketel.
  • Met Speelwerelddecoder mfx+ en uitgebreide gebruiks- en geluidsfuncties.
Goederentreinstoomlocomotief BR 050, met cabinetender

Product

Model: Met digitale decoder mfx+ en uitgebreide geluidsfuncties. Geregelde hoogvermogenaandrijving met vliegwiel in ketel. 5 aangedreven assen. Antislipbanden. Locomotief en tender grotendeels van metaal. Geschikt voor rookgarnituur 7226. Met de rijrichting wisselend driepuntsfrontsein en naderhand in te bouwen rookgarnituur in conventioneel bedrijf, digitaal schakelbaar. Verlichting in de machinistencabine en cabineverlichting in cabinetender, telkens afzonderlijk digitaal schakelbaar....

Model: Met digitale decoder mfx+ en uitgebreide geluidsfuncties. Geregelde hoogvermogenaandrijving met vliegwiel in ketel. 5 aangedreven assen. Antislipbanden. Locomotief en tender grotendeels van metaal. Geschikt voor rookgarnituur 7226. Met de rijrichting wisselend driepuntsfrontsein en naderhand in te bouwen rookgarnituur in conventioneel bedrijf, digitaal schakelbaar. Verlichting in de machinistencabine en cabineverlichting in cabinetender, telkens afzonderlijk digitaal schakelbaar. Verlichting met onderhoudsvrije warmwitte lichtdiodes (ledlampen). In de cabinetender is de figuur van een treinbegeleider al standaard ingezet. Door snelheid bekrachtigde kortkoppeling tussen loc en tender. Achter bij de tender en voor bij de locomotief kortkoppelingsmechaniek met NEM-schacht. Kleinst berijdbare boogradius 360 mm. Machinist en stokerfiguur, evenals zuigerstangafscherming en remslangen bijgeleverd.
Lengte over de buffers 26,5 cm.

meer

Productinfo

Bijbehorende goederenwagens vindt u in het huidige Märklin H0-assortiment.

Dit model is in gelijkstroomuitvoering leverbaar en heeft artikelnummer 22786 in het Trix H0-assortiment.

Publicaties

- Folder nieuwe modellen 2017 - Totale programma 2017/2018 - Totale programma 2018/2019

Grootbedrijf

De machines serie 50 zijn als laatste zogenaamde geünificeerde stoomlocomotief kort voor het begin van de Tweede Wereldoorlog ontstaan. In april 1937 gaf het Reichsverkehrs-Ministerium (RVM) opdracht aan het Reichsbahn-Zentralamt (RZA) voor het ontwerp van een efficiënte goederentreinlocomotief voor secundaire trajecten, onder andere ter vervanging van de Eh2-goederentreinstoomlocomotief van de serie 57.10-40 (Pruisische G 10). Zij moesten in vlakke terreinen een middelzware goederentrein...

De machines serie 50 zijn als laatste zogenaamde geünificeerde stoomlocomotief kort voor het begin van de Tweede Wereldoorlog ontstaan. In april 1937 gaf het Reichsverkehrs-Ministerium (RVM) opdracht aan het Reichsbahn-Zentralamt (RZA) voor het ontwerp van een efficiënte goederentreinlocomotief voor secundaire trajecten, onder andere ter vervanging van de Eh2-goederentreinstoomlocomotief van de serie 57.10-40 (Pruisische G 10). Zij moesten in vlakke terreinen een middelzware goederentrein trekken, bochten met een straal van 140 m kunnen nemen en met ongeveer 15 ton wielstelbelasting ook op secundaire trajecten met lichte bovenbouw zonder problemen kunnen worden ingezet. Als topsnelheid was 80 km/u voldoende. Omdat er bij vele eindstations ofwel helemaal geen draaischijven waren, ofwel omdat de beschikbare draaischijven te kort waren, moest de machine echter in beide richtingen even snel zijn. Daartoe voorzag men voor de tender een beschermwand, ter bescherming van het locomotiefpersoneel tijdens het achteruitrijden. De RZA plande in het begin een 1‘D-locomotief (serie 46), omdat men een 1‘E niet in staat achtte om de vereiste hoge achteruitrijsnelheid, noch het vereiste trekhaakvermogen te verzekeren. Maar met deze machine kon men echter de vereiste wielaslasten niet bereiken, en zo bleef alleen de optie om een locomotief met vijf koppels wielstellen te bouwen, met een voorloopwielstel. Van april tot juli 1939 leverde Henschel de eerste twaalf locomotieven met stalen vuurkist, waarbij gelegeerd staal als bouwmateriaal voor de ketel werd gebruikt, en een drijfwerk met twee cilinders aangedreven op stoom met Wagner-oververhitter en 16 bar keteloverdruk. De op die manier ontstane reeks 50 bleek spoedig de gelukkigste constructie van de Deutsche Reichsbahn te worden, omdat de ongeveer 1.600 pk sterke en 80 km/u snelle machine zich snel tot een universeel inzetbare, robuuste en betrouwbare locomotief ontwikkelde. Door het uitbreken van de oorlog op 1 september 1939 steeg de behoefte aan goederentreinlocomotieven plots. Daarom volgden nog 3.152 andere machines op de twaalf eerste locomotieven in de loop van de jaren, waarvoor een beroep werd gedaan op nagenoeg alle Europese locomotiefbouwers. Net als bij de serie 44 werd ook de serie 50 in het kader van de Tweede Wereldoorlog stapsgewijs vereenvoudigd, zodat de locomotieven vanaf 1942 als 50 ÜK werden geleverd. Meer dan 300 werden uiteindelijk vereenvoudigd, zodat zij, hoewel als BR 50 gepland, de oorlogslocomotiefserie 52 werden toegewezen. Ondanks vele oorlogsverliezen bevonden zich alleen al bij de beide Duitse spoorwegen na 1945 bijna 3.000 locomotieven. Hiervan beschikte de DR na inleveringen en buitenbedrijfstellingen over meer dan 317 machines, de DB over meer dan 2.000 machines. De DB-machines waren in de hele Bondsrepubliek thuis. Ze kregen Witte-leiplaten, de omloopschort verdween bij de meeste machines. Vanaf 1961 kregen de tenders van 730 locomotieven machinistencabines, in het kader van de rationalisering en modernisering van verkeer en bedrijf. Daarbij verminderde de koleninhoud echter tot 6,6 ton. Door het geringe gewicht konden de machine evenwel veelzijdig worden gebruikt en losten ze op vele secundaire trajecten de daar ingezette tenderlocomotieven af. Met de invoering van de computernummers ontstond uit de BR 50 vanaf 1968 de serie 050-053. Zij behoorden tot de laatste stoomlocomotieven van de Deutsche Bundesbahn en werden tot 1977 gebruikt.

meer

Eigenschappen

( Chassis en opbouw van de loc hoofdzakelijk van metaal.
c Digitale locomotief met hoogvermogenaandrijving. Maximum snelheid en versnelling/vertraging instelbaar. Speciale motor met elektronische lastcompensatie of in compacte klokankerbouwwijze. Rijden met Märklin-transformator, in Märklin Deltasysteem of in Märklin-Digital-systeem (Motorola-formaat). Eén schakelbare extra functie (function) bij digitaal bedrijf.
# Digital-decoder mfx+
§ DCC-decoder
h Geluidselektronica ingebouwd.
H Driepuntfrontsein wisselend met de rijrichting.
U Märklin-kortkoppelingen in genormeerde schacht met schaargeleiding.
4 Tijdperk 4
Y

Waarschuwing

Let op: Niet voor kinderen onder de 15 jaar

Digitale functies

Control Unit Mobile Station Mobile Station 2 Central Station 1/2 Central Station 3/2*
Mobile Station 2**
Frontsein
Contact rookgarnituur
Rijgeluid stoomloc
Locfluit
Directe regeling
Piepen van remmen uit
Licht cabine
Bel
Cabineverlichting
Rangeerfluit
Luchtpomp / compressor
Stoom afblazen
Kolen scheppen
Schudrooster
Waterpomp
Injecteur
Brandstof bijvullen
Brandstof bijvullen
Bezanden
Gesprek machinistencabine
Rangeersnelheid

* New features of the Central Station 2 (Part No. 60213, 60214 or 60215) with the software update 4.2

**Neue Möglichkeiten und Ausstattungsmerkmale der Mobile Station 2 (Art.-Nr. 60657/66955) mit dem Software Update 3.55

YouTube

Sound-/Decoderproject